IPIP-NEO

Neuroticisme · Facet N5

OnmatigheidN5

Onmatigheid meet hoe luid een verlangen wordt op het moment dat het opkomt, het terrein dat in onderzoek meestal impulsiviteit heet. De vraag is niet wat je wilt, maar wat nee zeggen je kost. Wie hoog scoort voelt een trek als een stroming, wie laag scoort hoort er een voorstel in.

  • Facet 5 van neuroticisme
  • Ook bekend als impulsiviteit
  • Gemiddelde score 32,1 van de 50
  • Gratis, zonder registratie

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Wat deze schaal meet

De schaal leest hoe luid een verlangen binnenkomt en wat het kost om het te laten liggen. De stellingen gaan over dooreten terwijl je allang verzadigd bent, over geld dat ongepland van de rekening gaat en over iets prettigs dat doorloopt voorbij het punt waar je wilde stoppen. Welke lust van jou is doet er niet toe, alleen de kracht van de trek.

Het facet staat in neuroticisme omdat verliezen van een opwelling meestal ergernis over jezelf achterlaat, en veel verder gaat de familiegelijkenis niet. Van de zes schalen in dat domein hangt deze het minst met de rest samen: met de andere vijf samen komt ze uit op 0,44, het laagste getal van de zes. Haar stevigste band ligt buiten het domein, min 0,53 met bedachtzaamheid, en ook plichtsbesef en zelfdiscipline volgen met min 0,41.

Eén avond bewijst niets. Iedereen maakt weleens de zak leeg, en na een zware week grijpt iedereen naar wat het minste vraagt. Deze schaal kijkt naar de gewone week: hoe vaak de trek wint terwijl er niets aan de hand is, en hoeveel aandacht het kost om hem binnen de lijnen te houden.

In onderzoek heet dit terrein bijna altijd impulsiviteit, en oudere teksten spreken van een gebrek aan zelfbeheersing. De stellingen komen uit de vrij beschikbare itemverzameling van Goldberg in de ordening van Johnson, en horen bij geen commerciële vragenlijst.

Waarmee deze schaal verward wordt

Drie buren staan dicht genoeg om in een gesprek van plaats te wisselen, en elke wissel verandert wat je score betekent.

Zelfdiscipline (C5)

Dit is niet de keerzijde van zelfdiscipline: het paar komt in onze data uit op min 0,41, een verband en geen spiegel. Deze schaal vraagt wat nee zeggen kost zodra er iets aanlokkelijks binnen bereik ligt, zelfdiscipline vraagt of het werk doorgaat wanneer er niets meer aan is. Daartussen past de persoon die elke klus afmaakt en toch ’s avonds de koelkast leeghaalt.

Verslaving

Dit is een persoonlijkheidsmeting zonder grenswaarde, waar dan ook op de lijn. Afhankelijkheid wordt bepaald door schade, door controle die over maanden wegviel en door wat er gebeurt zodra de gewoonte stopt, en dat oordeel hoort in een gesprek met een hulpverlener. De meeste mensen aan de bovenkant komen daar nooit terecht, en deze pagina screent nergens op.

Spanningsbehoefte (E5)

De luide versie van een ervaring willen en die ervaring niet kunnen uitstellen blijken bijna los van elkaar te staan: het paar komt uit op 0,24. Iemand die leeft voor een steile afdaling klapt om tien uur moeiteloos de laptop dicht, en iemand die nooit harder gaat dan een fiets kan een hele avond kwijtraken aan nog één aflevering.

Twee manieren waarop dit uitpakt

Geen van beide uiteinden is het betere karakter. Het ene betaalt met moeite, het andere met gedempt genot, en de middenband van allebei een beetje.

Hoge onmatigheid: het verlangen komt luid binnen

Plezier komt bij jou volledig en meteen aan, en dat is iets waard: eten, muziek en gezelschap landen echt in plaats van langs je heen te gaan. De rekening ligt in de ruimte tussen willen en besluiten. Die is bij jou smal, dus de keuze valt vaak voordat het argument voor de andere kant af is.

  • Eén aflevering worden er drie, zonder dat er ergens een besluit valt
  • Wat je leuk vindt, vind je hardop en zonder ironie leuk
  • Het plan voor de avond houdt stand tot er een makkelijker plan langskomt
  • Beginnen was nooit het probleem, ophouden wel

Wat lekker is, valt op het moment zelf moeilijk te weerstaan. Je kent het patroon: eerst het genot, dan de spijt. De sleutel ligt voor jou vaker in wat je in huis haalt dan in wilskracht.

Lage onmatigheid: de trek blijft zacht

Nee zeggen is bij jou goedkoop. Een tweede portie, een uitverkoop en een openstaand tabblad gaan voorbij zonder onderhandeling, en de uren en euro’s die anderen aan die ruzie kwijt zijn blijven staan. Er hoort afstand bij: wat een ander onweerstaanbaar noemt komt bij jou op gewoon volume binnen.

  • Je stopt waar je zei dat je zou stoppen, zonder restje
  • Uitverkoop en gratis proefmaanden laten je koud
  • Een halve reep chocola overleeft bij jou een week in de kast
  • De zin “ik kon er niets aan doen” moet je beredeneren

Verleiding heeft weinig grip op je. Als jij zegt dat het genoeg is, is het genoeg, en dat scheelt je veel gedoe achteraf.

In de middenband staan vier profielen op de tien, ruwweg 27 tot 36 punten bij mannen en 28 tot 38 bij vrouwen. Het lijkt op een onderhandeling met een redelijke staat van dienst: sommige avonden wint de trek een ronde, de meeste niet, en tegen de ochtend is er niets van over.

De drie niveaus knippen de verdeling in 30, 40 en 30 procent, de afspraak die Johnson bij deze normen aanhoudt, en er loopt nergens een klinische grens doorheen. Beschreven wordt een aanleg en geen stoornis, en niets op deze pagina stelt een diagnose.

Hoe de scores verdeeld liggen

De ruwe score is de som van tien antwoorden en loopt dus van 10 tot 50. De curve hieronder is getekend uit 135.947 afgeronde profielen van de lange versie, en ze is smal: nergens in dit domein staan mensen zo dicht op elkaar.

Belangrijkste percentielen als tabel
PercentielRuwe score
1023
2528
5033
7538
9042

De middelste helft van de mannen valt tussen 27 en 36 punten en die van de vrouwen tussen 28 en 38, met medianen van 31 en 33. Het zwaartepunt ligt hoger dan bij elke andere schaal van neuroticisme, dus een ruwe 32 is gewoon. Een percentiel zet je naast je eigen geslacht en leeftijd.

Wat geslacht en leeftijd doen

Er staan twee groepsverschillen in de data, en het verschil waar niemand aan denkt weegt het zwaarst.

Vrouwen halen gemiddeld 32,9 punten en mannen 31,0, een gat van 1,9 op een bereik van veertig punten, en daarmee het vierde grootste geslachtsverschil van de zes schalen in neuroticisme. Leeftijd doet meer: allebei de lijnen blijven vlak tot rond de veertig en zakken daarna, mannen van 31,1 naar 27,8 en vrouwen van 33,0 naar 30,1. De groep boven de zestig telt maar zo’n 250 deelnemers per geslacht, en die smalle basis maakt van dat laatste stuk een vermoeden.

Hoe dit facet bij de andere vijf past

Neuroticisme is de som van zes schalen, en deze past het slechtst in het eigen gezin: met de andere vijf samen deelt ze 0,44, het laagste getal van de zes, tegenover 0,58 met het domein als geheel. Binnen de familie staat somberheid met 0,41 nog het dichtst bij en sociale onzekerheid met 0,23 het verst weg.

Waar dit zichtbaar wordt

Op het werk

Op het werk zit deze trek in de kleine lettertjes van de dag en niet in wat er wordt opgeleverd. Deadlines worden gehaald, alleen loopt de route ernaartoe via omwegen die een collega met zachtere verlangens nooit neemt. Duur is alles zonder rand: een chatvenster, een browser, een taak zonder bodem. Aan de lage kant ziet de dag er kaler uit, en collega’s lezen die kaalheid soms als afkeuring.

Met mensen

Tussen mensen levert dit in dezelfde week gulheid en wrijving op. Wie hoog scoort bestelt het extra rondje, rekt de avond op en is daar uitstekend gezelschap door, en het is ook diegene met wie een partner over het saldo begint. Wie laag scoort is makkelijk in te plannen en krijgt ongevraagd de rol van huishoudelijke boekhouder.

In je eigen groei

Steviger voornemens helpen hier weinig, want hoe luid een trek aankomt kies je niet. Wat wel beweegt is de afstand tussen de opwelling en je hand: staat het spul in huis, is de kaart opgeslagen, is stoppen een besluit of gewoon de stand van zaken. Dat is inrichting en geen karakter, en daarom levert dezelfde score twee heel verschillende levens op.

Verschuift dit niveau nog?

Bij trekken uit de Big Five komt het erfelijke aandeel keer op keer rond de helft uit, en het meeste van wat overblijft wordt toegeschreven aan wat het ene kind wel overkwam en het andere onder hetzelfde dak niet. Het niveau is dus niet in zijn geheel meegegeven en ook niet gekozen: het ligt vroeg in grote lijnen vast en verschuift daarna in de maat van jaren.

Over de bevolking loopt de lijn na de dertig omlaag, en onze normen laten dezelfde vorm zien, ongeveer drie punten tussen de jongste en de oudste groep. Het gaat om verschillende mensen die op één moment gemeten zijn en niet om één persoon die veertig jaar gevolgd werd, dus die helling is een neiging.

Twee dingen liggen hier dicht bij elkaar en mogen niet op één hoop. Een sterk verlangen waar iemand mee omgaat is een eigenschap, en dat rapporteert deze schaal. Een gewoonte die de week heeft overgenomen of niet meer naar de persoon luistert, is een andere zaak met eigen hulp, en die vindt of ontkracht geen enkele persoonlijkheidsscore.

Dezelfde trek is een hanteerbare eigenschap boven een hoge bedachtzaamheid en een veel groter deel van het verhaal boven een lage. Zulke paren tegen elkaar lezen is het werk van de betaalde analyse.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Hoe de meting in elkaar zit

De lange versie zet 10 stellingen achter dit facet, de korte 4. Elk antwoord telt 1 tot 5 punten, omgekeerd gescoorde stellingen worden gedraaid voordat er opgeteld wordt, en de som gaat langs de normtabel voor jouw geslacht en leeftijdsgroep. Vijf van de tien zijn hier omgekeerd gescoord en drie van de vier korte, dus het meeste wat je beoordeelt staat er als beheersing.

IPIP-NEO-300Uitspraken: 10Betrouwbaarheid, alfa 0.79Steekproef: 135.947
IPIP-NEO-120Uitspraken: 4Betrouwbaarheid, alfa 0.71Steekproef: 385.801

Alfa laat zien hoe goed de uitspraken van een schaal bij elkaar passen. In onderzoek geldt 0,70 en hoger als solide. Wij hebben deze getallen zelf berekend op de open data van Johnson, dus ze zijn te vergelijken met de gepubliceerde waarden.

Geen enkele stelling staat op deze pagina. Wie de formulering vooraf leest antwoordt er anders op, dus de items komen pas in beeld zodra de test loopt.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Wat is je eigen schatting?

Eerst gokken is hier de bedoeling. Een schatting die je vóór de test maakt zegt iets wat de score alleen niet zegt: hoe goed je deze kant van jezelf al kent. De gok wijkt vaak af, omdat mensen hun luidste avond onthouden en niet hun doorsnee week.

50
Ik hou moeiteloos maatVerleiding wint vaak
Jouw schatting
50 van 100Gemiddeld

0 betekent lager dan bijna iedereen die de test deed, 100 betekent hoger dan bijna iedereen.

Dit is een schatting, geen meting. De test vergelijkt je antwoorden met normen van echte mensen.

Vragen die lezers stellen

Waarom onmatigheid en niet impulsiviteit?

In de IPIP-NEO heet de schaal onmatigheid, in onderzoeksteksten staat er meestal impulsiviteit, en in de zoekbalk typen veel meer mensen dat tweede woord. Achter allebei de namen zitten dezelfde tien stellingen, dus de vragenlijst bepaalt de kop en het vertrouwde woord doet de bewegwijzering. Het gaat om de kracht van een verlangen, niet om snel beslissen.

Betekent een hoge score een verslaving?

Nee. De schaal heeft geen grenswaarde, dus geen enkele score sluit afhankelijkheid in of uit. Mensen met hoge scores geven vaker toe dat ze het van alledaagse verlangens verliezen, en de grote meerderheid ontwikkelt nooit een verslaving. Een gewoonte die geld of relaties kost en niet meer naar je besluiten luistert, hoort bij een hulpverlener.

Is dit zelfdiscipline in omgekeerde vorm?

Nee, en de cijfers zeggen hetzelfde: het paar komt uit op min 0,41, een verband en geen spiegelbeeld. Zelfdiscipline gaat over saai werk dat toch doorgaat, deze schaal over wat er gebeurt zodra iets prettigs binnen handbereik ligt. Het stevigste tegenwicht komt trouwens van een andere buur: bedachtzaamheid, min 0,53.

Waarom ligt het gemiddelde hoger dan bij de andere facetten van neuroticisme?

Omdat de verlangens waar deze schaal naar vraagt doodgewoon zijn. Het gemiddelde ligt op 32,1 op een schaal van 10 tot 50, het hoogste van de zes, terwijl kwetsbaarheid op 25,7 uitkomt. Praktisch gevolg: ruwe 32 punten zijn hier het midden, en de bovenste band begint pas rond 35 bij mannen en rond 37 bij vrouwen.

Hoe betrouwbaar is een schaal van tien stellingen?

Alfa komt op 0,788 voor de lange versie en 0,706 voor de korte, allebei gemeten op de open data van Johnson, en allebei de laagste van de zes schalen in neuroticisme. De reden is nuchter: eten, geld en schermen zijn losse verlangens, en iemand kan bij het ene luid zijn en bij het andere stil.

Kijk waar jouw lijn loopt

Mensen beoordelen deze schaal meestal op hun slechtste avond en niet op een doorsnee avond, en daardoor lopen gok en getal zo vaak uiteen. De lange test stelt 10 stellingen per facet en de korte 4, allebei gratis, met je percentiel erbij.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag