IPIP-NEO

Big Five · persoonlijkheidsdomein

Openheid voor ervaring

Openheid voor ervaring is de Big Five trek achter nieuwsgierigheid: hoe sterk je wordt aangetrokken door nieuwe ideeën, kunst, gevoelens en onbekende ervaringen in plaats van door het vertrouwde en het beproefde. Het is een van de vijf domeinen van het vijffactorenmodel en loopt als een glijdende schaal van laag naar hoog. De meeste mensen zitten ergens in het midden.

  • Een van de vijf OCEAN-domeinen
  • Zes facetten eronder
  • Normen uit 135.947 tests
  • Gratis test, zonder registratie

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Wat is openheid voor ervaring?

Openheid beschrijft waar je aandacht vanzelf heen gaat als er niets moet. Trekt het onbekende je aan, of ga je liever terug naar wat werkt? Wie hoog scoort, opent een boek over een onderwerp waar diegene niets van weet, neemt de andere route naar huis en heeft altijd te veel tabbladen open. Wie laag scoort, verdiept zich liever in het vak dat al beheerst wordt, en zoekt hetzelfde restaurant op omdat het daar goed is. Beide zijn manieren om je aandacht te besteden, en geen van beide is verstandiger dan de andere.

Het domein wordt in het Nederlands ook wel openheid voor ervaringen genoemd. In de wetenschappelijke literatuur is het de O van OCEAN, en het is het domein waarover onderzoekers het langst hebben gediscussieerd: sommige lexicale tradities noemen deze factor liever intellect of intellectuele autonomie, omdat de woorden waarmee mensen elkaar beschrijven daar iets anders uitkomen. Wat gemeten wordt, blijft in de praktijk hetzelfde: de breedte van je aandacht.

Belangrijk om vooraf te zeggen: openheid is geen intelligentie. De correlatie met IQ bestaat en is bescheiden, en zij loopt vooral via één facet, het intellect. Iemand met lage openheid kan uitstekend nadenken en doet dat gewoon liever over concrete dingen. Openheid zegt iets over waar je denken zich graag ophoudt, niet over hoe goed het werkt.

Hoge en lage openheid

Een score op openheid is geen cijfer. Hij beschrijft een stijl van aandacht, en elke stijl heeft een winst en een rekening. Hieronder staan beide polen zoals ze er van binnen uitzien en hoe je ze bij jezelf herkent.

Hoe hoge openheid eruitziet

Wie hoog scoort, gebruikt het nieuwe als brandstof. Je leest buiten je vakgebied, verzamelt ideeën die nog nergens toe leiden en verveelt je zodra iets een herhaling wordt. Verbanden tussen ver uit elkaar liggende dingen zie je eerder dan anderen, en juist daar zit je waarde: in werk waar het antwoord nog niet bestaat, ben jij het snelst thuis. De rekening ligt bij de uitvoering: het laatste stuk van een project, als de opwinding eraf is, valt jou het zwaarst.

  • Je hebt meer boeken begonnen dan afgemaakt
  • Een onbekend gerecht bestellen voelt logischer dan je vaste keuze
  • Je kunt uren nadenken over een vraag die nergens toe leidt
  • Muziek, een gebouw of een landschap kan je dag echt kantelen
  • Bij elke regel is je eerste vraag waarom die er is

Hoe lage openheid eruitziet

Wie laag scoort, vertrouwt op wat zich bewezen heeft. Je slijpt een vak in plaats van er steeds een nieuw bij te zoeken, en je hebt geen behoefte aan een experiment als het huidige gewoon werkt. Dat maakt je diep in plaats van breed: waar anderen van onderwerp naar onderwerp springen, weet jij hoe het echt zit. De rekening komt bij verandering die van buiten wordt opgelegd: een nieuw systeem of een reorganisatie kost jou meer energie dan je collega’s.

  • Je hebt een vast restaurant, een vaste route en een vaste vakantieplek
  • Abstracte discussies verliezen je aandacht binnen een paar minuten
  • Een bewezen oplossing wint van een interessante
  • Bij een nieuw plan vraag je eerst naar het praktische nut
  • Je merkt zelden dat je zit te dagdromen

Ongeveer vier op de tien mensen landen in de middenband, en een gemiddelde score is hier geen halfslachtig antwoord. Je gaat mee in iets nieuws als er een reden voor is en je blijft bij het vertrouwde als dat beter werkt. Daarmee ben je vaak degene die in een team het verschil maakt: je benoemt zowel het voordeel als de kosten van een verandering.

In de IPIP-NEO-normen van Johnson worden scores verdeeld volgens 30/40/30: de onderste 30% heet laag, de middelste 40% gemiddeld, de bovenste 30% hoog. Dat is een afspraak om de tekst leesbaar te houden en geen klinische grens. Iemand op het 29e percentiel en iemand op het 31e verschillen in de praktijk niet van elkaar.

Hoe scores op openheid verdeeld zijn

De curve hieronder is gebouwd uit 135.947 echte IPIP-NEO-300-protocollen die John A. Johnson openbaar publiceerde. Hij laat zien wat je al vermoedde: extreme scores zijn zeldzaam en de meeste mensen zitten in de brede middenmoot.

Belangrijkste percentielen als tabel
PercentielRuwe score
10188
25204
50223
75241
90256

Je resultaat op deze site is een percentiel: het aandeel mensen van jouw geslacht en leeftijd dat lager scoorde dan jij. Een percentiel van 70 op openheid betekent dat je hoger uitkwam dan ongeveer 70% van hen. Het is geen percentage goede antwoorden en geen cijfer: de vergelijking is met echte mensen die deze vragenlijst invulden, niet met de bevolking als geheel.

Doe de volledige testDoe de korte versie

De zes facetten van openheid

De domeinscore is een optelsom van zes smallere trekken, en juist de facetten maken het verschil. Twee mensen met precies dezelfde score op openheid kunnen totaal verschillende mensen zijn: de een leeft in kunst en gevoel, de ander in ideeën en theorie.

Verbeelding

O1

Verbeelding meet hoe levendig je binnenwereld is en hoe welkom die daar mag zijn. Wie hoog scoort, dagdroomt uit zichzelf, bedenkt scenario’s die nooit gebeuren en heeft een hoofd dat ook aan staat als er niets te doen is. Wie laag scoort, houdt de aandacht bij wat er werkelijk is: fantasie voelt als tijd die je ook aan iets echts had kunnen besteden. Deze facet is opvallend genderneutraal: mannen en vrouwen scoren hier vrijwel gelijk.

Laag
Je hoofd blijft bij wat er is. Fantasie voelt voor jou als tijdverspilling, en die nuchterheid maakt je betrouwbaar in het hier en nu.
Hoog
Je binnenwereld staat altijd aan. Verhalen, wat-als-scenarios en beelden vullen je hoofd, en daaruit komen ideeën die anderen niet zien.

Artistieke interesse

O2

Artistieke interesse gaat over gevoeligheid voor schoonheid: kunst, muziek, poëzie, natuur. Wie hoog scoort, wordt fysiek geraakt door een lied of een landschap en heeft die prikkel echt nodig. Wie laag scoort, kan een mooi gebouw waarderen zonder dat het iets doet, en vindt zijn schoonheid eerder in iets dat werkt zoals het hoort. Dit is een van de twee facetten waar het verschil tussen mannen en vrouwen echt zichtbaar is.

Laag
Kunst laat je grotendeels koud, en dat is geen tekort. Jouw schoonheid zit eerder in iets dat werkt zoals het hoort.
Hoog
Schoonheid raakt je fysiek. Muziek, een schilderij of een landschap kunnen je dag kantelen, en je hebt die prikkel echt nodig.

Gevoelsleven

O3

Gevoelsleven weerspiegelt hoeveel toegang je hebt tot je eigen emoties. Wie hoog scoort, voelt intens en van dichtbij en weet meestal precies wat er speelt. Wie laag scoort, merkt zijn gevoelens vaak pas achteraf op, en dat maakt koel blijven makkelijk waar anderen overkoken. Let op: dit gaat niet over emotionele stabiliteit, dat is het domein neuroticisme. Het gaat over toegang, niet over last.

Laag
Je emoties spelen op de achtergrond. Wat je voelt weet je vaak pas achteraf, en dat maakt je koel in situaties waarin anderen overkoken.
Hoog
Je leeft je gevoelens intens en van dichtbij. Die toegang tot je binnenwereld maakt je rijk en soms ook moe: alles komt bij jou harder binnen.

Avontuurlijkheid

O4

Avontuurlijkheid meet je honger naar onbekende activiteiten: ander eten, een andere route, een andere manier van werken. Wie hoog scoort, ervaart hetzelfde nog een keer als achteruitgang. Wie laag scoort, put rust uit herhaling en heeft geen behoefte aan een experiment als het bestaande gewoon werkt. Deze facet heeft van alle zes de laagste gemiddelde score: onbekend terrein opzoeken is voor de meeste mensen niet vanzelfsprekend.

Laag
Je houdt van gebaande paden, en daar is niets mis mee. Wat je kent werkt, en die voorspelbaarheid geeft je de rust om aan echte dingen te bouwen.
Hoog
Hetzelfde nog een keer voelt als achteruitgang. Een nieuwe route, een onbekend gerecht, een andere aanpak: jij zoekt de afslag die je nog niet nam.

Intellect

O5

Intellect beschrijft plezier in ideeën als spel: puzzels, discussies, theorieën, ingewikkelde vraagstukken. Wie hoog scoort, denkt graag over dingen na zonder dat het ergens toe hoeft te leiden. Wie laag scoort, haakt af bij een abstract betoog en veert op zodra het concreet wordt. Nogmaals: dit is geen IQ-meting. Het is een voorkeur voor waar je denken zich ophoudt, en die zegt niets over hoe goed het denkt.

Laag
Je denkt liever in dingen dan in theorieën. Een abstract betoog verliest je aandacht, terwijl je bij een concreet probleem meteen aanhaakt.
Hoog
Ingewikkelde vraagstukken zijn voor jou een pretpark. Je verzamelt informatie moeiteloos en ziet verbanden die anderen pas zien als je ze uitlegt.

Ruimdenkendheid

O6

Ruimdenkendheid meet hoe makkelijk je gezag, gewoonten en overgeleverde waarden opnieuw tegen het licht houdt. Wie hoog scoort, vraagt bij elke regel eerst waarom die er is. Wie laag scoort, gunt tradities het voordeel van de twijfel omdat ze de tijd doorstonden. Het IPIP noemt deze facet liberalism, in het Nederlands een misleidend woord: het gaat niet over politiek maar over de bereidheid het bekende te bevragen.

Laag
Je hebt respect voor wat zich in de tijd bewezen heeft. Regels en tradities kunnen bij jou op verdediging rekenen, en van standpunt verander je langzaam, met goede redenen.
Hoog
Je eerste vraag bij elke regel is waarom. Gewoonten moeten zich bij jou verdienen, en gezag krijgt pas respect als de argumenten dat verdiend hebben.

Schat je profiel voordat je de test doet

Zet elke schuif op de plek waar jij denkt te staan vergeleken met anderen. Dat is geen meting maar een aardige spiegel: de meeste mensen schatten twee of drie van hun zes facetten flink verkeerd in, en juist die facetten leveren het meeste op als je ze een keer echt meet.

50
Feiten en het hedenFantasie en ideeën
50
Kunst laat me koudSchoonheid raakt me
50
Gevoelens op de achtergrondGevoelens dichtbij
50
Trouw aan het vertrouwdeHonger naar het nieuwe
50
Praktische gesprekkenIdeeën als speeltuin
50
Traditie heeft waardeGewoonten mogen bevraagd
Jouw schatting
50 van 100Gemiddeld

0 betekent lager dan bijna iedereen die de test deed, 100 betekent hoger dan bijna iedereen.

Dit is een schatting, geen meting. De test vergelijkt je antwoorden met normen van echte mensen.

Toets je schatting

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Openheid naar geslacht en leeftijd

Gemiddelden uit dezelfde open dataset. De verschillen tussen groepen zijn klein vergeleken met de verschillen tussen mensen binnen een groep: uit je geslacht of je leeftijd valt je score niet af te leiden.

Vrouwen scoren gemiddeld ongeveer vijf punten hoger dan mannen, 223,8 tegen 218,5, en dat verschil komt vrijwel volledig uit twee facetten: artistieke interesse en gevoelsleven. Bij verbeelding, avontuurlijkheid en ruimdenkendheid is het verschil verwaarloosbaar, en bij intellect scoren mannen iets hoger. Opvallender is wat leeftijd doet: bijna niets. Waar consciëntieusheid tussen 16 en 61 plus bijna dertig punten stijgt, beweegt openheid maar een paar punten.

Wat onderzoek zegt over openheid

Openheid is het domein waarover onderzoekers het langst hebben gediscussieerd. In de lexicale traditie, die begint bij de woorden waarmee mensen elkaar beschrijven, komt deze factor er niet altijd hetzelfde uit: Nederlands en Duits onderzoek vond eerder iets dat op intellect of intellectuele autonomie lijkt, terwijl Engelstalig werk breder uitkwam, inclusief kunst en gevoel. De Groningse school speelde daarin een grote rol: het werk van Boele De Raad en Wim Hofstee aan de lexicale structuur en aan het AB5C-model, ontwikkeld samen met Lewis Goldberg. Diezelfde Goldberg richtte de International Personality Item Pool op, waar de vragen van deze test uit komen.

Over de erfelijkheid zijn tweelingstudies redelijk eensgezind: ongeveer de helft van de verschillen tussen mensen in openheid hangt samen met genetische verschillen. De andere helft komt uit ervaringen die niet gedeeld worden, en opvallend genoeg niet uit de gedeelde gezinsomgeving. Broers en zussen uit hetzelfde huis lijken op dit domein minder op elkaar dan je zou verwachten.

In de samenhang met de rest van het leven is openheid het domein met de rustigste voorspellingen. Het hangt samen met creatieve prestaties, met de keuze voor studies en beroepen waarin nieuw werk gedaan wordt, en met belangstelling voor kunst en cultuur. Met werkprestaties in het algemeen hangt het veel zwakker samen dan consciëntieusheid, en met gezondheid en levensduur is de samenhang klein. Dat zijn statistische verbanden over grote groepen, geen oorzaken: hoge openheid maakt niemand creatief, ze maakt het waarschijnlijker dat iemand tijd doorbrengt op plekken waar creativiteit ontstaat.

Kun je opener worden?

Trekken zijn geen vonnis, maar ze bewegen langzaam. De rangorde tussen mensen is opvallend stabiel: wie op zijn dertigste opener is dan zijn leeftijdgenoten, is dat op zijn vijftigste meestal nog steeds. Tegelijk laten de normen zien dat openheid over de levensloop het minst beweegt van alle vijf domeinen, en dus is dit het domein waar het minste te verwachten valt van pogingen om jezelf te veranderen.

Wat wel werkt, is niet de trek zelf maar wat je ermee doet. Wie laag scoort en zich toch soepel door verandering wil bewegen, heeft geen andere persoonlijkheid nodig maar een gewoonte: vraag bij elke omslag om het waarom en om een tijdlijn, dan wordt hij uitvoerbaar in plaats van bedreigend. Wie hoog scoort en zich stoort aan de halve projecten die zich opstapelen, heeft geen minder nieuwsgierigheid nodig maar een deadline van buiten. In beide gevallen verander je de omgeving, niet je karakter, en dat is precies waarom het werkt.

Een facet-voor-facet kaart van waar jouw openheid hoog en laag loopt, en wat die combinatie in werk, relaties en dagelijkse energie met je doet, zit in het persoonlijke rapport na de test.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Hoe openheid wordt gemeten

Zelfrapportagevragenlijsten met gepubliceerde normen zijn de standaard, en de IPIP-NEO is er een van: je beoordeelt hoe sterk je het eens bent met een reeks stellingen, en je antwoorden worden vergeleken met die van duizenden anderen. De lange versie meet elk facet met tien stellingen, de korte met vier. Een vragenlijst meet hoe je jezelf beschrijft, en daarom levert eerlijk antwoorden meer op dan mooi antwoorden. Dit is geen diagnose maar een spiegel met een schaalverdeling.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Veelgestelde vragen over openheid

Wat betekent openheid voor ervaring in gewone taal?

Het is de persoonlijkheidstrek achter nieuwsgierigheid: hoe sterk je wordt aangetrokken door nieuwe ideeën, kunst, gevoelens en ervaringen in plaats van door het vertrouwde en het beproefde. Het is een van de vijf domeinen van het Big Five model en het loopt als een glijdende schaal van laag naar hoog, waarbij de meeste mensen dicht bij het midden zitten.

Is openheid hetzelfde als openheid voor ervaringen?

Ja, dat zijn twee namen voor hetzelfde domein. In het Nederlands kom je beide vormen tegen, en in de wetenschappelijke literatuur ook nog intellect of intellectuele autonomie, vooral in de lexicale traditie die van De Raad en Hofstee komt. De verschillen zitten in het accent, niet in de meting: alle varianten meten dezelfde O van OCEAN.

Betekent hoge openheid dat je slimmer bent?

Nee. De samenhang met intelligentie bestaat, is bescheiden en loopt vooral via één facet, het intellect. Openheid zegt waar je denken zich graag ophoudt, niet hoe goed het werkt. Iemand met lage openheid kan uitstekend nadenken en doet dat liever over concrete dingen dan over theorieën.

Is een lage score op openheid slecht?

Nee, en dat is geen beleefdheid. Lage openheid betekent diepte in plaats van breedte: een vak dat echt beheerst wordt, betrouwbaarheid, en rust in een omgeving die op herhaling draait. De meeste organisaties draaien op mensen die het bestaande goed laten werken. Elke pool heeft een winst en een rekening, en de rekening van hoge openheid is dat afmaken zwaarder valt.

Waarom heet een facet liberalisme? Gaat dat over politiek?

Nee, en de naam is in het Nederlands ronduit misleidend. Het IPIP noemt de zesde facet liberalism, en in Nederland leest dat woord meteen als een politieke stroming of als een partij. Bedoeld wordt de bereidheid om gezag, gewoonten en overgeleverde waarden opnieuw tegen het licht te houden. Daarom noemen wij deze facet ruimdenkendheid: dat dekt de lading zonder de politieke bijklank.

Verandert openheid met de leeftijd?

Nauwelijks, en dat maakt dit domein bijzonder. In de normen van 135.947 mensen daalt openheid van 16 tot 61 plus met maar een paar punten, terwijl consciëntieusheid in dezelfde periode bijna dertig punten stijgt. Van de vijf domeinen is openheid het stabielst over de levensloop.

Kun je opener worden als je dat wilt?

Een beetje, en langzaam. Wat sneller werkt dan aan jezelf sleutelen, is je omgeving veranderen: wie laag scoort en toch mee wil bewegen met verandering, vraagt bij elke omslag om het waarom en om een tijdlijn. Wie hoog scoort en last heeft van halve projecten, zet er een deadline van buiten op. Je verandert dan niet je karakter maar de situatie eromheen, en dat is precies waarom het lukt.

Hoe meet ik mijn openheid betrouwbaar?

Met een vragenlijst die gepubliceerde normen heeft en alle zes facetten scoort, niet met een quiz van tien vragen. De IPIP-NEO-120 doet dat in ongeveer 15 minuten, de IPIP-NEO-300 meet elk facet met tien stellingen in plaats van vier. Beide zijn hier gratis en vergelijken je met mensen van jouw geslacht en leeftijd.

De andere vier domeinen

Openheid is één stem in een akkoord van vijf. Het beeld wordt pas een portret als je alle vijf domeinen naast elkaar ziet, met hun dertig facetten eronder.

Meet je openheid in plaats van hem te schatten

Beide versies scoren alle vijf domeinen tegen echte normen en geven je alle dertig facetten. Gratis, zonder registratie, met je uitslag direct na de laatste vraag.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag