IPIP-NEO

Vriendelijkheid · Facet A4

MeegaandheidA4

Meegaandheid beslist wat er gebeurt zodra jouw belang en dat van een ander een andere kant op wijzen. Wie hoog scoort geeft vroeg mee en houdt het conflict liever buiten de deur. Wie laag scoort houdt de eigen lijn vast en laat het meningsverschil zien, wat net zo goed werkt. De schaal meet die reflex en niet wie gelijk had.

  • Vierde facet van vriendelijkheid
  • 10 stellingen, zeven omgekeerd
  • Dichtst bij de domeinscore van alle zes
  • Gratis, geen account nodig

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Wat meegaandheid meet

Meegaandheid legt vast wat je doet wanneer twee belangen niet allebei passen. De tien stellingen draaien om ruziemaken, om kwetsende opmerkingen en om het onthouden van een streek. Zeven van de tien zijn tegen de trek in geschreven, dus een hoge score bestaat vooral uit wrijving die nooit heeft plaatsgevonden. Waarom je meegaf vraagt de schaal niet: gemak, vrede en berekening leveren hetzelfde punt op.

Het facet hoort bij vriendelijkheid, het domein over de omgang met mensen, en geen van de vijf zussen vertegenwoordigt dat domein zo goed als deze schaal: gelegd naast de rest van het domein komt zij op 0,65 uit, terwijl hulpvaardigheid op 0,64 blijft en bescheidenheid op 0,26.

Een score beschrijft een vaste instelling en geen dag. Bij een balie geeft iedereen mee, over een onterechte boete gaat iedereen in discussie. Deze schaal vangt het gewone geval, waarin niemand je arm omdraait, en die instelling kruipt in de loop van een leven omhoog: onze oudste groepen staan vier tot vijf punten boven de jongste.

In onderzoeksvragenlijsten draagt dit terrein meestal het etiket compliance, in het Nederlands inschikkelijkheid, en het verre uiteinde heet daar een confronterende stijl. De tien stellingen komen uit de openbare itemverzameling van Johnson en niet uit een commerciële lijst.

Drie dingen die deze score niet is

Elk van de drie ligt dicht genoeg bij de schaal om ervoor door te gaan, en elk verandert wat het cijfer betekent.

Boosheid (N2)

De stevigste band die dit facet buiten het eigen domein heeft is een negatieve: minus 0,52 met boosheid, en verder uit elkaar loopt geen enkel paar tussen vriendelijkheid en neuroticisme. Toch blijven het twee vragen. Boosheid gaat over de snelheid waarmee de hitte omhoogkomt, deze schaal over wat je met een botsing doet zodra die er ligt.

Oprechtheid (A2)

De naaste zus met 0,58, en de twee worden voortdurend samengevouwen tot “een goed mens”. Oprechtheid gaat over eerlijk spel, zonder vleierij en zonder omwegen. Meegaandheid gaat over niet vechten. Wie elke week hardop zegt wat er werkelijk aan de hand is, staat hoog op de eerste schaal en laag op de tweede.

Geen ruggengraat hebben

Dit gaat niet over het ontbreken van een ruggengraat, ook al klinkt de naam van het facet ernaar. Met assertiviteit hangt deze schaal maar op minus 0,30 samen, terwijl bescheidenheid daarmee op minus 0,57 staat. Je plan noemen en erover vechten zijn twee taken, vaak gedaan door dezelfde mensen. Meegeven kan een keuze zijn in plaats van een tekort.

Twee manieren om met een botsing om te gaan

Geen van beide uiteinden maakt iemand een betere collega. De ene beschermt eerst de relatie, de andere eerst de positie, en een werkende groep heeft ze allebei nodig.

Hoge meegaandheid: het conflict haalt de oppervlakte zelden

Je vindt de versie waar iedereen mee kan leven, en je vindt hem vroeg, meestal voordat de ander doorheeft dat er iets te regelen viel. Wat het kost, komt later en zachtjes binnen: mensen die nooit weerstand tegenkomen, gaan op den duur niet meer na of je het eens was of alleen stil bleef.

  • Je zoekt de formulering waarin beide partijen overeind blijven
  • Ruzie in de kamer ernaast is ongemakkelijk, ook als het niet de jouwe is
  • Je stemt in met het plan en vindt je bezwaar een uur later

Je zoekt de vrede en geeft snel toe om de sfeer te bewaren. Dat maakt je prettig gezelschap, en het is goed om af en toe te checken of jouw belang nog op tafel ligt.

Lage meegaandheid: het meningsverschil komt op tafel

Je zegt wat toch gezegd zal moeten worden, en je zegt het terwijl het nog klein is. Niemand hoeft te raden waar je staat, en gedoe dat maanden onder water zou blijven kost tien ongemakkelijke minuten. De prijs zit in de slijtage om je heen, want niet elke heuvel was de klim waard.

  • Een discussie nu is je liever dan wrok later
  • Je ja betekent iets, doordat je nee op tijd komt
  • Het bezwaar klinkt in de vergadering en niet op de gang erna

Wrijving schrikt je niet af. Je zegt waar het op staat en gaat de botsing aan, en daardoor komen problemen bij jou op tafel in plaats van eronder.

In de middenband staan vier profielen van de tien, en dat is de praktische plek: wrijving gaat naar de zaken waar de inzet dat rechtvaardigt en blijft weg waar dat niet zo is.

De grens tussen laag, gemiddeld en hoog is de afspraak 30/40/30 uit de normen van Johnson. Geen van beide uiteinden is een oordeel over een karakter: de schaal noteert hoe een botsing van belangen afloopt en niet wie er gelijk had.

Waar de scores werkelijk liggen

Tien antwoorden tellen op tot een ruwe score tussen 10 en 50. De curve hieronder komt uit 135.947 afgeronde profielen van de lange versie.

Belangrijkste percentielen als tabel
PercentielRuwe score
1025
2530
5035
7540
9043

De helft van alle profielen valt tussen 30 en 39 punten. Een ruwe 34 komt bij een man uit op het 52e percentiel en bij een vrouw op het 41e, en de hoge band gaat open bij 38 en bij 40. Een percentiel vergelijkt je met mensen van jouw geslacht en leeftijd die deze test invulden.

Geslacht en leeftijd

Van deze twee vergelijkingen beweegt de eerste bijna niets, de tweede hoort bij de stevigste leeftijdseffecten van de test.

Vrouwen halen gemiddeld 35,0 punten en mannen 33,3, een gat van 1,7 op een bereik van veertig punten en daarmee het op een na smalste van de zes facetten hier, na vertrouwen. Leeftijd doet veel meer: mannen lopen van 32,2 onder de 21 naar 35,8 boven de 60, vrouwen van 33,9 naar 38,6. Die klim van 4,7 punten bij vrouwen is de steilste van dit domein. De oudste cel telt per geslacht ongeveer 250 invullers.

Meegaandheid tussen de zes facetten van vriendelijkheid

Vriendelijkheid bestaat uit zes gewoonten, en deze gewoonte vat het stel beter samen dan elk van de andere: 0,65 met de overige vijf bij elkaar. Na oprechtheid met 0,58 volgen hulpvaardigheid met 0,47, medeleven met 0,44 en vertrouwen met 0,42. Buiten het domein trekt plichtsbesef het hardst met 0,44.

Hoe het eruitziet in het dagelijks leven

Op het werk

Op het werk is dit het verschil tussen een besluit waar vragen over komen en een besluit dat met knikken passeert. Hoge scores houden vergaderingen beleefd en slikken de kleine onrechtvaardigheden die duurder zijn om aan te kaarten dan om te dragen. Zo werkt het prettig samen, tot de week waarin iets gezegd had moeten worden. Lage scores zijn de reden dat een slecht plan in de kamer sterft in plaats van in productie.

Met mensen

Dicht bij huis hangt er meer aan deze schaal dan aan welke andere in dit domein ook. Hoge scores houden de temperatuur laag, en het risico stapelt zich buiten het zicht op: afspraken die niemand naliep, voorkeuren die nooit hardop klonken, een partner die na drie jaar hoort dat die vakanties nooit gewenst waren. Bij lage scores klaart de lucht sneller op, alleen komt die klaring met geluid.

In je eigen groei

Aan de hoge kant ligt de winst niet in leren vechten. Ze ligt in het moment waarop een ja de mond verlaat voordat de gedachte erachter klaar is, want uit dat gat groeit de hele rekening. Aan de lage kant zit het verschil in timing en volume: het bezwaar klopt meestal, en hetzelfde bezwaar een uur later en half zo lang kost bijna niemand iets.

Ligt dit vast?

Het vaste aandeel wordt meestal als verhouding gerapporteerd: tweeling- en familiestudies schrijven ongeveer de helft van de verschillen tussen mensen toe aan aanleg, en van de andere helft gaat het meeste naar wat iemand in zijn eentje meemaakte. Er blijft dus echte ruimte, alleen geen snelle: de rangorde houdt over een decennium grotendeels stand, en wat er beweegt lijkt op drift en niet op een besluit.

Deze schaal hoort wel bij de bewegers. Vriendelijkheid loopt door het volwassen leven omhoog, het patroon dat onderzoekers het rijpingsprincipe noemen, en bijna de hele klim binnen het domein wordt door twee facetten gedragen: meegaandheid en oprechtheid, drie tot vijf punten tussen de jongste en de oudste groep, tegenover ongeveer één punt bij hulpvaardigheid. De normen vergelijken verschillende mensen van verschillende leeftijden, dus die helling is een neiging.

Eén getal zegt nog niet wat jouw combinatie doet. Hoge meegaandheid naast hoge assertiviteit levert een onderhandelaar op. Dezelfde score naast lage assertiviteit levert iemand op wiens bezwaar drie dagen na het besluit per bericht binnenkomt. Op dat niveau van paren werkt de betaalde analyse.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Hoe deze schaal is opgebouwd

In de versie van 300 items rust meegaandheid op 10 stellingen, in die van 120 op 4. Zeven van de tien zijn tegen de trek in geschreven, een aantal waar alleen oprechtheid overheen gaat en dat twee andere schalen evenaren; in de korte vorm zijn het er vier van de vier. De omgekeerde antwoorden gaan terug voordat de som langs de normtabel voor jouw geslacht en leeftijd loopt.

IPIP-NEO-300Uitspraken: 10Betrouwbaarheid, alfa 0.77Steekproef: 135.947
IPIP-NEO-120Uitspraken: 4Betrouwbaarheid, alfa 0.70Steekproef: 385.801

Alfa laat zien hoe goed de uitspraken van een schaal bij elkaar passen. In onderzoek geldt 0,70 en hoger als solide. Wij hebben deze getallen zelf berekend op de open data van Johnson, dus ze zijn te vergelijken met de gepubliceerde waarden.

De stellingen zelf blijven met opzet van deze pagina af, want wie de formuleringen vooraf leest antwoordt daarna anders. Ze komen pas in beeld zodra de test loopt.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Zet eerst je eigen schatting neer

Schuif de marker naar de plek waar jij jezelf tussen andere mensen ziet staan, beantwoord daarna de stellingen en kijk hoe ver die schatting ernaast lag.

50
Botsen hoort erbijVrede boven mijn zin
Jouw schatting
50 van 100Gemiddeld

0 betekent lager dan bijna iedereen die de test deed, 100 betekent hoger dan bijna iedereen.

Dit is een schatting, geen meting. De test vergelijkt je antwoorden met normen van echte mensen.

Vragen die hierover terugkomen

Betekent een lage score dat ik lastig ben om mee te werken?

Op zichzelf niet. De schaal telt hoe makkelijk je een meningsverschil zichtbaar laat worden, en zichtbaar verschil is ongeveer even vaak nuttig als duur. Wie laag scoort hoort eerder van problemen en krijgt zelden de beleefde versie. Duur wordt de trek pas naast een kort lontje.

Wat is een goede score op dit facet?

Die bestaat niet. Een hoge score koopt rust en betaalt met wat ongezegd blijft, een lage koopt duidelijkheid en betaalt met wrijving. De middenband is minder een compromis dan een schakelaar: meegeven waar het goedkoop is, staan blijven waar dat niet zo is.

Waarom staan de meeste stellingen omgekeerd?

Omdat de kortste vraag naar niet vechten een vraag over vechten is. Zeven van de tien stellingen in de lange versie wijzen van de trek af en in de korte doen alle vier dat; op die manier zijn maar vier schalen van de test gebouwd. Wie overal mee instemt zakt hier dus in plaats van te stijgen.

Wat is het verschil tussen meegaandheid en vriendelijkheid?

Vriendelijkheid is het domein en meegaandheid een van de zes facetten eronder, en wel het facet dat het meest op het geheel lijkt: 0,65 met de overige vijf samen. Uit elkaar lopen kan alsnog, want wie makkelijk meegeeft en tegelijk niemand vertrouwt, komt midden in het domein terecht.

Scoren vrouwen hier hoger?

Een beetje. Vrouwen halen gemiddeld 35,0 punten en mannen 33,3, een verschil van 1,7 op een bereik van veertig punten en het op een na smalste van de zes facetten in dit domein. Zulke getallen beschrijven groepsgemiddelden en voorspellen niets over één persoon aan tafel.

Hoe betrouwbaar is een schaal van tien stellingen?

Wij maten alfa op 0,77 voor de versie met tien stellingen en op 0,71 voor die met vier, op de open data van Johnson. Allebei bruikbaar en allebei laag voor deze test: van de dertig schalen houdt alleen activiteitsniveau minder strak samen.

Liever een cijfer dan een vermoeden

De lange test geeft dit facet 10 stellingen en doet dat ook voor de andere negenentwintig, de korte gebruikt er 4 per schaal. Allebei kosten ze niets en vragen ze geen account, en je percentiel staat er zodra de laatste stelling beantwoord is.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag