Wat hulpvaardigheid meet
Hulpvaardigheid in de Big Five legt vast hoe snel je je naar het probleem van een ander toe draait. De tien stellingen gaan over de vraag of mensen zich bij jou welkom voelen, of je in de buurt bent zodra er een hand nodig is, en of ellende vlakbij verandert in iets waar jij wat aan doet. Wat die hulp jou kost, komt in geen enkele stelling voor.
Het facet hoort bij vriendelijkheid, het domein over de omgang met de mensen om je heen, en het zit daar stevig in: naast de rest van het domein komt deze schaal op 0,64 uit, na meegaandheid met 0,65 het meest centrale stuk van die familie. Vertrouwen beschrijft wat je van anderen verwacht, deze schaal wat je voor hen doet.
Een score beschrijft een vast niveau en geen periode. Wie een ziek familielid heeft geeft een tijdlang meer, wie een zware maand doormaakt minder. Deze schaal gaat over waar je naar terugkeert, en bij de meeste mensen ligt dat hoog: gemiddeld 39,6 van de 50 punten, na artistieke interesse met 40,2 en plichtsbesef met 40,0 het derde gemiddelde van alle dertig facetten en het hoogste binnen vriendelijkheid.
In onderzoek houdt de schaal de naam altruïsme aan, terwijl aangrenzend werk het prosociale neiging of vrijgevigheid noemt. De stellingen komen uit de openbare IPIP-verzameling in de bewerking van Johnson en niet uit een commerciële vragenlijst.