IPIP-NEO

Vriendelijkheid · Facet A1

VertrouwenA1

Vertrouwen is je uitgangspositie tegenover mensen die je nog niet kent: hoeveel krediet je geeft voordat iemand het verdiend heeft. Het gaat niet over hoe graag je mensen mag en ook niet over hoe makkelijk je beet te nemen bent. Wie hoog scoort geeft het voordeel van de twijfel als eerste weg, wie laag scoort wacht op bewijs.

  • Eerste facet van vriendelijkheid
  • 10 stellingen in de lange versie
  • Stijgt met de leeftijd, bij beide geslachten
  • Gratis, zonder registratie

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Wat de schaal vertrouwen meet

Vertrouwen in de Big Five legt vast met welke aanname je begint. De tien stellingen vragen of mensen in het algemeen eerlijk op je overkomen, of je een eerlijke behandeling verwacht en hoeveel bewijs je nodig hebt om te stoppen met opletten. Of die aanname bij jouw leven past, laat de schaal in het midden: gemeten wordt het vertrekpunt en niet de balans achteraf.

Het facet hoort bij vriendelijkheid, het domein over hoe je met andere mensen omgaat. Vertrouwen is daarvan de naar binnen gekeerde helft: het beschrijft je lezing van anderen en niet je gedrag tegenover hen. Iemand kan van vreemden het slechtste verwachten en zich tegenover ieder van hen onberispelijk gedragen.

Ook binnen de eigen familie houdt deze schaal afstand. Met de rest van vriendelijkheid komt ze uit op 0,42, de op één na losste band binnen dat domein en de zesde losste van alle dertig facetten. Wie veel vertrouwen geeft is dus niet vanzelf zacht, en wie op zijn hoede is niet vanzelf lastig in de samenwerking.

In onderzoek houdt de schaal gewoon de naam vertrouwen, en survey-onderzoek naar hetzelfde terrein spreekt van interpersoonlijk of algemeen vertrouwen. Onze stellingen komen uit de vrij toegankelijke IPIP-verzameling zoals Johnson die ordende, zonder enige band met een commerciële vragenlijst.

Waar het woord vertrouwen misleidt

Het dagelijkse woord draagt meer mee dan de schaal meet, en elk van deze drie verschillen verandert hoe je een score leest.

Goedgelovigheid

Vertrouwen is een verwachting en geen oordeel over je verstand. Nergens vraagt de schaal of je contracten naleest, beweringen natrekt of merkt dat een verhaal niet meer klopt. Wat gemeten wordt is de openingszet: eerst krediet, bewijs daarna.

Oprechtheid (A2)

Het buurfacet vraagt of jij zelf eerlijk speelt, deze schaal vraagt wat je van alle anderen verwacht. Ze lopen maar matig samen, op 0,31, en in die ruimte passen zowel de botte scepticus als de innemende regelaar die alles op krediet krijgt. Oprechtheid is gedrag, vertrouwen is een lezing van andere mensen.

Zelf betrouwbaar zijn

De pijl wijst hier naar buiten. Dit facet telt het krediet dat jij uitdeelt en niet het krediet dat jij verdient, en dat zijn twee losse vragen met twee losse antwoorden. Of jij je woord houdt, ligt dichter bij plichtsbesef (C3), dat met deze schaal op 0,29 uitkomt: een echt verband, duidelijk geen zelfde meting.

Twee manieren om een vreemde tegemoet te treden

Geen van beide kanten is de veiligere persoonlijkheid. De ene bespaart tijd en betaalt daar af en toe voor, de andere betaalt elke keer een beetje en wordt zelden gepakt.

Hoog vertrouwen: eerst samenwerken, bewijs volgt later

Je gaat ervan uit dat de persoon tegenover je meent wat hij zegt, dus de samenwerking begint voordat iemand iets bewezen heeft. Teams vormen zich snel om je heen en informatie beweegt vrij, want jij houdt niets achter als onderpand. De rekening komt zelden en komt groot: de enkeling die een open deur gebruikt, komt bij jou een heel eind verder.

  • Je leent dingen uit zonder er een lijstje van bij te houden
  • Een nieuwe collega krijgt in de eerste week je volle openheid
  • Een waarschuwing over iemand voelt oneerlijk tot je het zelf ziet
  • Verraad verrast jou vaker dan het anderen verrast

Je gaat ervan uit dat mensen het goed bedoelen, en meestal is dat ook zo. Dat vertrouwen opent deuren, en het is verstandig het niet aan iedereen zomaar mee te geven.

Laag vertrouwen: krediet wordt afgegeven tegen bewijs

Je kijkt eerst, en waar je naar kijkt is of wat mensen zeggen past bij wat ze doen. Die gewoonte haalt er iemand met slechte bedoelingen vroeg uit en houdt je buiten afspraken die mooier lijken dan ze zijn. De prijs is tempo en warmte: eerlijke mensen draaien een proeftijd waarover niemand ze heeft ingelicht, en sommigen lezen die pauze als een oordeel.

  • Je ziet het gat tussen de belofte en de staat van dienst
  • Persoonlijke gegevens geef je met een besluit, niet uit reflex
  • Ook in een vriendschappelijke afspraak lees je de kleine lettertjes
  • Mensen hebben je verteld dat je moeilijk te benaderen bent

Vertrouwen is bij jou iets dat verdiend wordt, geen startpositie. Je zoekt naar het belang achter het verhaal, en dat scheelt je teleurstellingen.

Vier op de tien mensen staan in de middenband, en die werkt als een korte proeftijd die niemand aankondigt. Goede wil gaat er vroeg uit en wordt stil vergeleken met wat volgt. Het voordeel van de twijfel krijgt hier bijna iedereen, een onbeperkte versie ervan bijna niemand.

Laag, gemiddeld en hoog volgen de percentielafspraak 30/40/30 die Johnson bij deze normen aanhoudt. De banden zeggen waar een score staat tussen andere mensen, niet wie gelijk heeft over de mensheid: laag is geen wijsheid en hoog is geen onschuld.

Hoe de scores verdeeld liggen

Tien antwoorden tellen op tot een ruwe score tussen 10 en 50. De curve hieronder komt uit 135.947 afgeronde profielen van de lange versie, en symmetrisch is die niet: het gemiddelde blijft op 33,4 steken terwijl de mediaan op 35 ligt.

Belangrijkste percentielen als tabel
PercentielRuwe score
1023
2529
5035
7540
9043

De helft van alle profielen valt tussen 29 en 40 punten. Dat midden van elf punten breed is het breedste van de zes facetten van vriendelijkheid, dus deze schaal drijft mensen verder uit elkaar dan haar buren doen. Een percentiel vergelijkt je met mensen van jouw geslacht en leeftijd die deze test online deden.

Mannen, vrouwen en jaren

Een van deze twee vergelijkingen is kleiner dan bijna iedereen verwacht, en de andere gaat regelrecht in tegen het volksverhaal over ouder worden.

Vrouwen halen gemiddeld 33,7 punten en mannen 32,9. Dat gat van 0,8 is het kleinste van de zes facetten van vriendelijkheid, terwijl dezelfde steekproef de geslachten bij medeleven 2,9 punten uit elkaar zet. Leeftijd doet meer, en doet het omhoog: mannen klimmen van 32,4 onder de 21 naar 35,4 boven de 60, vrouwen van 33,3 naar 36,1. In die oudste cel zitten ongeveer 250 mensen per geslacht, dus dat uiteinde is een aanwijzing en geen uitkomst.

Waar vertrouwen zit binnen vriendelijkheid

De naaste verwant van dit facet woont in een ander domein. Met hartelijkheid loopt vertrouwen mee op 0,51 en met vrolijkheid op 0,44, allebei schalen van extraversie, terwijl de dichtste zus in eigen huis, hulpvaardigheid, op 0,49 blijft. Daarna volgen meegaandheid met 0,42 en somberheid met min 0,39. De balken hieronder laten de rest van dat gezelschap zien.

VertrouwenOprechtheidHulpvaardigheidMeegaandheidBescheidenheidMedeleven

Hoe het eruitziet

Op het werk

Op het werk zie je de score aan hoe snel iemand iets uit handen geeft. Wie hoog scoort deelt vroeg en deelt zonder boekhouding, en het tempo is de opbrengst; de opening zit in een vluchtig gelezen contract en een belofte die op haar woord geloofd wordt. Wie laag scoort bouwt de controles er vanaf de eerste afspraak in en ziet een slechte deal terwijl die nog goedkoop is, tegen de tijd die een goede partner kwijt is aan het bewijzen van het vanzelfsprekende.

Met mensen

Dichtbij komt dezelfde instelling scherper in beeld, want er is geen procedure om achter weg te kruipen. Hoog vertrouwen maakt toenadering snel en comfortabel, en maakt een schending, als die komt, duurder dan voor iemand die op zijn hoede was. Laag vertrouwen vraagt de ander om te blijven laten zien dat het klopt: dat kost allebei energie, en wat er daarna staat houdt opvallend goed stand.

In je eigen groei

In de eigen ontwikkeling gaat het bij dit facet zelden om meer of minder vertrouwen, maar om afstelling. Aan de hoge kant beweegt het korte lijstje beslissingen waar de inzet een tweede blik rechtvaardigt, en kort blijft dat lijstje ook. Aan de lage kant beweegt de lengte van de proeftijd, en die krimpt op feiten en niet op goede voornemens.

Ligt dit vast voor het leven?

Schattingen van de erfelijke component bij Big Five-trekken blijven rond de helft hangen, en wat overblijft valt grotendeels toe aan ervaringen die zelfs kinderen uit één gezin niet samen opdoen. Bij een trek die opgebouwd is uit verwachtingen over anderen ligt de gedachte voor de hand dat ervaring het cijfer schrijft. De metingen zijn milder: je plaats tussen alle anderen wordt over tien jaar nauwelijks opnieuw geschud.

Het leeftijdspatroon loopt tegen de versie in waarin mensen met de jaren cynischer worden. Vertrouwen klimt in onze normen door het hele volwassen leven, ongeveer drie punten van de jongste groep naar de oudste, en bij beide geslachten. Het gaat om verschillende mensen die op verschillende leeftijden vergeleken zijn en niet om één persoon die jarenlang gevolgd is, dus lees het als neiging.

Eén getal laat bovendien de combinatie weg. Hoog vertrouwen naast lage meegaandheid beschrijft iemand die je gelooft en toch met je in discussie gaat, en dat leest heel anders dan allebei hoog. Juist zulke paren pakt de betaalde analyse op.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Hoe de score wordt opgebouwd

De versie met 300 items meet vertrouwen met 10 stellingen, die met 120 items met 4. Zes van de tien wijzen naar vertrouwen toe en vier ervan af, en die vier worden gedraaid voordat er iets opgeteld wordt; de korte versie houdt er drie en één over. Elk antwoord telt 1 tot 5 punten, en de som gaat langs de normtabel voor jouw geslacht en leeftijdsgroep, die er een percentiel van maakt.

IPIP-NEO-300Uitspraken: 10Betrouwbaarheid, alfa 0.89Steekproef: 135.947
IPIP-NEO-120Uitspraken: 4Betrouwbaarheid, alfa 0.86Steekproef: 385.801

Alfa laat zien hoe goed de uitspraken van een schaal bij elkaar passen. In onderzoek geldt 0,70 en hoger als solide. Wij hebben deze getallen zelf berekend op de open data van Johnson, dus ze zijn te vergelijken met de gepubliceerde waarden.

De stellingen zelf houden we van deze pagina af. Wie de items leest voordat hij ze beantwoordt, antwoordt anders, en daarom komen ze pas tevoorschijn zodra de test loopt.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Gok eerst, meet daarna

Schuif de knop naar de plek waar jij jezelf tussen andere mensen ziet staan, doe daarna de test en kijk hoeveel die gok ernaast zat.

50
Vertrouwen wordt verdiendIk ga uit van het goede
Jouw schatting
50 van 100Gemiddeld

0 betekent lager dan bijna iedereen die de test deed, 100 betekent hoger dan bijna iedereen.

Dit is een schatting, geen meting. De test vergelijkt je antwoorden met normen van echte mensen.

Vragen die mensen stellen

Is een lage score op vertrouwen een slecht teken?

Nee, en een goede kant heeft deze schaal niet. Een lage score beschrijft iemand die krediet afgeeft tegen bewijs, en dat is winst waar de inzet hoog is en de tegenpartij onbekend. Een hoge score beschrijft iemand die eerder begint met samenwerken. Allebei komen ze voor bij mensen met een leven op orde.

Betekent een hoge score dat ik naïef ben?

Op zichzelf niet. Vertrouwen dekt wat je verwacht voordat er bewijs is en zegt niets over wat je daarna doet. Oordeelsvermogen, natrekken en de snelheid waarmee je van gedachten verandert liggen buiten deze meting. Naïef zou een hoge score zijn plus onwil om bij te stellen, en die tweede helft meet deze schaal niet.

Waarom stijgt vertrouwen hier met de leeftijd?

Onze normen laten de klim zien: ongeveer drie punten van de groep onder de 21 naar die boven de 60, bij mannen en bij vrouwen. Wat de data niet leveren is de reden. Volwassenen kiezen hun gezelschap vrijer dan tieners, en oudere invullers van een online vragenlijst zijn sowieso een geselecteerde groep. De stijging staat er stevig, de verklaring blijft open.

Wat is het verschil tussen vertrouwen en vriendelijkheid?

Vriendelijkheid is het domein en vertrouwen één van de zes facetten eronder, maar dit facet houdt meer afstand dan de rest. Met de rest van het eigen domein komt het uit op 0,42, de op één na losste band in die familie. Je kunt dus in de middenband van het domein landen en op deze schaal aan een van beide uiteinden staan.

Wat geldt hier als een hoge ruwe score?

Op de schaal van 10 tot 50 loopt de middenband in deze normen van 30 tot 38, dus een ruwe 35 is gewoon en niet goed. De hoge band opent bij 39, ongeveer één profiel op de vijf haalt 40, en de bovenste tien procent begint bij 43. Een score van 29 of lager valt in de lage band.

Kunnen vier stellingen dit meten?

Hier beter dan gewoonlijk. Alfa is 0,858 voor de versie met vier stellingen tegen 0,886 voor die met tien, een verlies van minder dan drie honderdsten en daarmee een van de vijf kleinste van alle dertig facetten. Met die 0,886 is dit meteen de meest samenhangende schaal binnen vriendelijkheid. Beide cijfers zijn berekend op de open data van Johnson.

Kijk waar je werkelijk uitkomt

Neem de lange vorm voor de scherpste lezing van dit facet, of de korte als je een kwartier hebt. Wat je ook kiest, de uitslag kost niets en het percentiel staat er zodra je de laatste stelling beantwoord hebt.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag