Wat deze schaal peilt en wat niet
Zelfeffectiviteit meet in de IPIP-NEO hoe capabel je jezelf inschat. De stellingen gaan over afmaken waar je aan begint, over werk dat soepel gaat en over oplossingen die het ook doen. Wat geen enkele stelling nakijkt, is of die inschatting klopt. Gemeten wordt je eigen voorspelling, en juist die voorspelling bepaalt op welk moment je begint.
Het facet staat vooraan in consciëntieusheid, het domein van plannen, inspanning en afmaken, en het loopt met de totaalscore mee op 0,73. Waar de andere vijf beschrijven wat je met een taak doet, beschrijft dit facet wat je van jezelf verwacht voordat je hem aanraakt. Buiten het eigen domein is de stevigste band een negatieve: die met kwetsbaarheid, op min 0,66.
Mensen zijn hier mild voor zichzelf, en opvallend eensgezind in die mildheid. Over 135.947 profielen ligt het gemiddelde op 38,8 van de 50, na plichtsbesef het hoogste van dit domein, en de antwoorden kruipen dichter om dat gemiddelde heen dan bij elk ander facet behalve activiteitsniveau. Twijfel aan het eigen kunnen is een bekend gevoel en een zeldzame score.
In onderzoek draagt deze schaal meestal de naam competentie, en het naburige begrip algemene zelfeffectiviteit bestrijkt bijna hetzelfde terrein. Onze items komen uit de vrije IPIP-pool van Johnson, dus deze pagina beschrijft die schaal en geen commerciële vragenlijst.