IPIP-NEO

Extraversie · Facet E2

SociabiliteitE2

Sociabiliteit is het deel van extraversie dat hoofden telt. De schaal vraagt hoeveel mensen je om je heen wilt, niet hoe warm je tegen ze doet. Wie hoog uitkomt vaart wel bij een volle kamer en gaat er zelf naar op zoek. Wie laag uitkomt houdt het aantal klein: voorbij een bepaalde grens voegen extra mensen niets meer toe.

  • Facet 2 van extraversie
  • Breedste scorebereik in het domein
  • Gebaseerd op 135.947 profielen
  • Gratis, zonder registratie

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Wat deze schaal telt

De stellingen vragen of drukte je optilt of afmat, of je uit jezelf op bijeenkomsten afgaat en of een vol café de plek is waar je liever bent. Geen ervan vraagt of je mensen mag. Geteld wordt de hoeveelheid gezelschap die je zoekt en niet de kwaliteit van één contact.

Dit facet ligt midden in zijn domein op een manier die de andere vijf niet halen. Het loopt op 0,86 mee met de totale score voor extraversie en op 0,75 met het domein zonder de eigen bijdrage; beide cijfers zijn de hoogste van de familie en de derde van alle dertig schalen. Elke band van 0,5 of meer die deze schaal heeft, blijft binnen extraversie.

Een score beschrijft een vaste behoefte en geen bui, want bijna iedereen wil mensen zien na een stille week en stilte na een lang feest. De schaal zoekt het niveau waar je telkens op terugkomt, en dat niveau houdt jarenlang stand, al ligt het over een heel leven losser vast dan bij de meeste andere schalen.

In het Engels heet deze schaal Gregariousness; ouder werk spreekt van sociability of van de behoefte om zich aan te sluiten. De stellingen komen uit de open IPIP-verzameling die Goldberg aanlegde, in de uitgave die Johnson verzorgde.

Wat deze schaal niet meet

Drie zaken worden geregeld voor deze schaal aangezien. Wie ze verwisselt, leest in hetzelfde getal iets wat er niet staat.

Hartelijkheid (E1)

Warmte tegenover aantal. Hartelijkheid vraagt hoe snel je iemand mag, deze schaal hoeveel mensen je erbij wilt hebben. Van de 435 paren in de test is er maar één strakker dan deze twee, die op 0,75 staan, en toch vallen ze naar beide kanten uit elkaar: de gastvrouw die tegen haar eigen feest opziet, de vaste gast op elke bijeenkomst die niemand echt binnenlaat.

Extraversie zelf

Geen facet komt zo dicht bij het hele domein, en daarom wordt dit er geregeld mee verward. Het beweegt op 0,86 mee met de score voor extraversie, meer dan zijn vijf huisgenoten. Toch laat 0,86 speling: wie vergaderingen leidt, een hoog tempo aanhoudt en opgewekt door de dag gaat, kan boven het gemiddelde van het domein liggen en hier eronder.

Opladen en leeglopen

Het populaire beeld zegt dat de een oplaadt in gezelschap en de ander leegloopt. Dat past bij de bovenkant van deze schaal en mist de onderkant volledig. De stellingen vragen wat je wilt en nooit wat het je kost. Iemand kan doodmoe thuiskomen en elk uur ervan gewild hebben. Energie en handigheid met mensen worden hier niet gemeten.

Een volle kamer of een kleine tafel

De schaal loopt van veel mensen willen tot weinig mensen willen, en geen van beide kanten is de onaardige. Wat verschuift is het aantal waarbij gezelschap ophoudt iets toe te voegen.

Hoge sociabiliteit: hoe voller, hoe beter

Je gaat waar de mensen zijn, en hoe meer er komen hoe beter de avond loopt. De drukte zelf is waar het om gaat. De rekening komt in de diepte: veel mensen die je oppervlakkig kent en weinig die je echt kent.

  • Een volle kamer tilt je binnen een kwartier op
  • Een tafel van acht trekt meer dan een tafel van twee
  • Een leeg weekend is voor donderdag al gevuld
  • Je hoort meestal bij de laatsten die weggaan

Hoe voller de kamer, hoe beter je je voelt. Drukte laadt je op, en alleen zijn voelt eerder als een gemis dan als rust.

Lage sociabiliteit: een paar tegelijk

Gezelschap is goed in kleine aantallen en houdt daar voorbij een bepaald aantal mee op. Eén gesprek dat je kunt volgen wint het van een kamer die je moet rondlopen. Afkeer is het niet: de weinigen die er zijn krijgen meer van jou. De prijs is de kamer die je oversloeg, waar af en toe iets gebeurt dat je nergens anders hoort.

  • Je komt als eerste en vertrekt voor de piek
  • Een keukentafel voor twee wint van een volle kroeg
  • Een afzegging voelt vaker als opluchting dan als verlies
  • Je kent een handvol mensen goed en verder bijna niemand

Grote groepen kosten je energie in plaats van dat ze die geven. Een gesprek met één iemand levert je meer op dan een zaal vol mensen.

Ongeveer vier op de tien staan in de middenband. Drukte is daar prima en heeft een grens: je gaat, je hebt het naar je zin, en op een gegeven moment wordt de kamer geluid. Gezelschap is een goed deel van het leven, geen brandstof en geen tol.

Laag, gemiddeld en hoog zijn geen natuurlijke grenzen maar knippunten: Johnson legt ze op het 30e en het 70e percentiel. Wat geteld wordt is de behoefte aan aantallen, niet je omgang met mensen en niet hoeveel je om ze geeft; die warmte staat één facet verderop apart gemeten.

Waar de totalen liggen

Tien antwoorden van één tot vijf punten geven een ruw totaal tussen 10 en 50. De grafiek onderaan komt van 135.947 ingevulde profielen en is de breedste van extraversie: een standaardafwijking van 8,78, de derde grootste van alle dertig facetten.

Belangrijkste percentielen als tabel
PercentielRuwe score
1019
2525
5032
7538
9042

De helft van de mannen zit tussen 24 en 37 ruwe punten en de helft van de vrouwen tussen 25 en 38, met 30 en 32 als middelste waarde. Dezelfde ruwe 30 zet een man op het 50e percentiel en een vrouw op het 43e, want een percentiel vergelijkt je met mensen van jouw geslacht en leeftijd die deze test deden.

Geslacht en leeftijd

Het sekseverschil is hier doodgewoon. De leeftijdslijn is dat niet, en die is de reden dat deze pagina bestaat.

Vrouwen komen gemiddeld op 31,25 punten en mannen op 29,75, een gat van 1,50 op veertig mogelijke en zestiende van dertig schalen. Het echte werk doet de leeftijd: dit is de derde steilste daling van de test, na spanningsbehoefte en somberheid. Mannen gaan van 30,83 onder de 21 naar 27,70 boven de 60 en vrouwen van 32,89 naar 27,91, waardoor een verschil van 2,1 punt bij de jongsten krimpt tot 0,2 bij de oudsten. In de oudste cel zitten ongeveer 250 mensen per geslacht.

Sociabiliteit tussen de zes facetten van extraversie

Extraversie levert één cijfer voor zes verschillende behoeften, en geen ervan volgt dat totaal zo strak als deze schaal. Binnen de eigen familie loopt zij met hartelijkheid mee op 0,75, het op één na strakste paar van alle 435, daarna met vrolijkheid op 0,54 en spanningsbehoefte op 0,54. Buiten het domein wijst de stevigste band omlaag, naar sociale onzekerheid op min 0,49.

Sociabiliteit in de praktijk

Op het werk

Op het werk maakt een hoge score de informele laag tot bezit. Je kent mensen op drie afdelingen, en nieuws bereikt je voordat het wordt aangekondigd. De rekening is het gesloten uur: werk dat er één nodig heeft, concurreert met een gang vol gezelschap. Een lage score koopt dat uur terug en betaalt in zichtbaarheid, want interessant werk wordt vaak weggegeven in gesprekken waar veel mensen bij staan.

Met mensen

Privé zit het verschil in de vorm en niet in de kwaliteit. Een hoge score houdt een brede kring in beweging, en wie het dichtst bij zo iemand staat, ziet een agenda vol namen die hij niet kan plaatsen. Een lage score draait een kleine kring met meer uren per vriendschap, en merkt vaak laat dat die kring is gekrompen.

In je eigen groei

Ontwikkeling gaat hier zelden over de behoefte zelf, die nauwelijks beweegt. Aan de hoge kant zit de winst in diepte: één vaste afspraak met één persoon overleeft een druk seizoen beter dan twintig losse. Aan de lage kant gaat het om blootstelling en niet om socialer worden, want kansen reizen via mensen die je amper kent, en één vaste plek onder mensen doet daar meer dan een ander karakter.

Beweegt dit nog?

Hoeveel van dit soort verschillen je meekrijgt en hoeveel het leven doet, is bij de Big Five ruwweg half om half, en het niet-erfelijke deel gaat vooral over wat mensen los van hun huisgenoten meemaakten. De deur staat dus open, al beweegt de kamer traag: over tien jaar staat vrijwel iedereen nog op dezelfde plek in de rij, en wat opschuift, schuift met kleine stappen.

Deze schaal hoort bij de weinige die zichtbaar meebewegen. Tussen de jongste en de oudste groep verliest ze ongeveer 3 punten bij mannen en 5 bij vrouwen, de derde grootste leeftijdsdaling van de dertig facetten, terwijl de warmte in hetzelfde domein er juist een punt bij wint. De behoefte aan aantallen zakt en de genegenheid blijft. Onze tabellen zetten verschillende deelnemers naast elkaar, dus dit is een groepspatroon en niet iemands eigen lijn.

Eén cijfer vertelt niet naast welke andere trekken jouw behoefte aan gezelschap staat. Wie drukte zoekt maar weinig warmte meebrengt, bestuurt een kamer heel anders dan iemand met dezelfde behoefte en veel warmte. Juist die combinaties pakt de betaalde analyse op.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Zo komt het cijfer tot stand

De lange versie meet sociabiliteit met tien stellingen, de korte met vier. Vijf van die tien zijn omgekeerd geschreven en in de korte versie twee van de vier, zodat instemmen de score juist verlaagt. Elk antwoord telt 1 tot 5 punten, omgekeerde stellingen draaien om, en de som van 10 tot 50 wordt langs de normtabel voor jouw geslacht en leeftijd een percentiel. Alfa is 0,890 voor de lange vorm en 0,796 voor de korte.

IPIP-NEO-300Uitspraken: 10Betrouwbaarheid, alfa 0.89Steekproef: 135.947
IPIP-NEO-120Uitspraken: 4Betrouwbaarheid, alfa 0.80Steekproef: 385.801

Alfa laat zien hoe goed de uitspraken van een schaal bij elkaar passen. In onderzoek geldt 0,70 en hoger als solide. Wij hebben deze getallen zelf berekend op de open data van Johnson, dus ze zijn te vergelijken met de gepubliceerde waarden.

De stellingen zelf staan hier bewust niet. Wie van tevoren ziet waar een schaal op uit is, antwoordt anders dan iemand die de zin voor het eerst leest, dus ze verschijnen pas nadat een test is begonnen.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag

Schat eerst, meet daarna

Zet de schuif op het aantal mensen waarbij een avond voor jou goed voelt, en leg die schatting daarna naast je percentiel. Het verschil tussen de twee zit vaak in de bovenkant: een druk leven wordt makkelijk aangezien voor een grote behoefte.

50
Liever met zijn tweeënHoe voller, hoe beter
Jouw schatting
50 van 100Gemiddeld

0 betekent lager dan bijna iedereen die de test deed, 100 betekent hoger dan bijna iedereen.

Dit is een schatting, geen meting. De test vergelijkt je antwoorden met normen van echte mensen.

Vragen die vaak terugkomen

Wat betekent sociabiliteit in de Big Five?

Het betekent gezelschap willen in aantallen. Het facet hoort bij extraversie en meet de trek naar bijeenkomsten, drukke plekken en volle kamers, en niet hoe warm je bent of hoe handig je met mensen omgaat. In gewone taal heet iemand al gauw sociaal als hij innemend is en makkelijk praat; hier is het begrip smaller en saaier, want het telt mensen.

Is een lage score hetzelfde als verlegen zijn?

Nee. Verlegenheid zit in deze test bij sociale onzekerheid (N4), waar iemand gezelschap wil en tegen de eerste stap opziet. Deze schaal trekt daar met min 0,49 tegenin, en die afstand laat het gewone geval staan: iemand die zich tussen veel mensen prima voelt en er alleen liever niet is. Een lage score is ook geen hekel aan mensen en geen onhandigheid.

Wat is hier een gewone score?

Het gemiddelde is 30,62 ruwe punten van de 50, en de middelste helft van de profielen ligt ruwweg tussen 24 en 38. De grenzen tussen laag, gemiddeld en hoog vallen op het 30e en het 70e percentiel. Geen van beide kanten is de betere uitkomst; wat je eraan hebt, zit in de combinatie met de andere schalen.

Waarom daalt deze schaal zo sterk met de leeftijd?

Het is de derde steilste leeftijdsdaling van de dertig facetten, na spanningsbehoefte en somberheid. Mannen verliezen tussen de jongste en de oudste cel ongeveer 3 punten en vrouwen ongeveer 5, terwijl de warmte in hetzelfde domein er een punt bij krijgt. Dat lijkt minder op afscheid nemen van mensen dan op er minder tegelijk willen.

Verschillen mannen en vrouwen op deze schaal?

Een beetje. Vrouwen komen op 31,25 en mannen op 29,75, een verschil van 1,50 punt op veertig mogelijke, zestiende van dertig schalen. Twee mensen van hetzelfde geslacht schelen routineus meer. Het verschil loopt bovendien terug met de jaren, van 2,1 punt onder de 21 naar 0,2 boven de 60.

Is een schaal van tien stellingen betrouwbaar genoeg?

Wij meten alfa op 0,890 voor de tien stellingen en 0,796 voor de vier, allebei op de open gegevens van Johnson. Daarmee staat de lange vorm samen met hartelijkheid bovenaan in extraversie en binnen de beste vijf van alle dertig. De korte vorm blijft bruikbaar en ruilt wat nauwkeurigheid in voor tempo.

Kijk hoeveel gezelschap je echt wilt

Er zijn twee versies van dezelfde dertig schalen: 300 stellingen voor het volledige beeld of 120 voor een snellere doorloop. Allebei gratis en zonder registratie, en dit facet komt terug samen met de andere negenentwintig.

Gratis, zonder registratie, direct je uitslag